Chromaten zijn zouten van chroomzuur (H2CrO4). Het chromaat-anion CrO42− is geel en heeft een tetraëdrische structuur.
De hier beschreven chromaten, zoals calcium- of natriumchromaat, ontstaan thermochemisch uit chroom(III)-oxide (Cr2O3), een alkalimetaaloxide (natriumoxide) of een aardalkalimetaaloxide (calciumoxide) bij temperaturen tussen ca. 250 °C en ca. 800 °C en in aanwezigheid van zuurstof.
Hoe hoger het chroom(III)-gehalte, het (aard)alkalimetaalgehalte en de temperatuur, des te hoger het aandeel van de oxidatie van chroom(III) tot chroom(VI).
Wanneer (aard)alkalimetaalhoudende isolatiematerialen in contact komen met chroomhoudende hete onderdelen, komen met name door trillingen en thermische belasting (afschuring, slijtage) calciumoxide of natriumoxide vrij, die bij hoge bedrijfstemperaturen de chroomoxiden van de roestvaststaallegeringen raken. In de loop van de tijd ontstaat calcium- of natriumchromaat, dat zich als fijn geel poeder afzet tussen isolatie en heet onderdeel of door thermiek in de installatie wordt verwerveld.
Lange tijd werd het gele stof voor zwavelafzetting gehouden. Calciumchromaat ontstaat ook door calciumhoudende montagepasta of afdichtingsmateriaal op chroomhoudende bouten, moeren en flensverbindingen.
